Nassau-Nederlands.jouwweb.nl

2.4 Stijlfiguren

 

anticlimax

Een opsomming waarbij de delen in kracht afnemen, of die aan het eind niet het verwachte hoogtepunt brengt. 

 

Je raadt nooit wat ik gekocht heb: geen iPod, geen cd-speler, geen walkman maar een doodgewoon radiootje.   

 

antithese

Naast elkaar plaatsing van tegenstellingen.

                                        

Op school stonden ze op het bord geschreven,

Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;

hiermee was tijd,was eeuwigheid gegeven,

de ene werklijkheid,de ander schijn.                                        (Ed Hoornik)

 

chiasme


Kruisstelling, twee bij elkaar horende zinnen of zinsdelen vormen wat de woordvolgorde betreft elkaars spiegelbeeld.

Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood.
(J.C. Bloem) 

climax

Een opsomming waarvan de delen in kracht toenemen.

Climax is dus stijging naar het hoogtepunt; na het hoogtepunt kan een anticlimax volgen, zoals in het onderstaande gedicht van Willem Wilmink.

 

 

De heilige Johan

eens toen ik in floodlight

voetballers een doelpunt

zag spinnen zich bewegend

als elven over het gras,

wist ik dat uit deze hoek

de verlosser op handen was.

 

en zie:Johan Cruijff de danser

de faun de adelaar

der dalen

 

maar toen we zijn bergrede kwamen halen

had hij het over belasting betalen


                                                                                              (Willem Wilmink)

 

 

enumeratie (ook: opsomming

Een opsomming van een aantal inhoudelijk bij elkaar horende elementen. Deze opsomming kan al of niet met het voegwoord 'en' gepaard gaan. Een opsomming met 'en' noemen we polysyndeton, een opsomming zonder 'en' noemen we asyndeton.

 

Bloemengeuren


Elke bloem heeft een speciale

geur. De roos,tulp,margriet,

narcis,leeuwebekje,heide,

lelietje van dalen,klaproos,

anjer,madeliefjes,krokussen,

de korenbloem. Niet allemaal

ruiken ze lekker. Bij voorbeeld

de anjer,die ruikt niet zo

lekker als de roos. De lelie

van dalen ruikt erg lekker.

Veel en veel lekkerder dan de

anjer. Dus ruik vooral niet

aan de anjer. Dit weten we

dan ook weer. Dag allemaal!

 

(K. Schippers)

Ik zocht in zeeën,bossen,bergen,dromen,

Nimmermeer rustig tot de plek gekomen,

Waar zij verborgen als een bloesem was

Onder 't in lange herfst gewoekerd gras.                                   (J.J. Slauerhoff)

 

eufemisme

Een term of uitdrukking die in een bepaalde situatie kwetsend kan zijn of minder aangenaam om te horen, wordt vervangen door een term of uitdrukking die minder hard aankomt doordat hij vager is.

Het ligt voor de hand dat er veel eufemismen zijn voor dood en ziekten en voor allerlei zaken die (nog) in de taboesfeer liggen.

Voor ‘sterven’ worden vaak de eufemismen ‘heengaan’ en ‘zijn laatste reis aanvaarden’ gekozen.

Onaangename maatregelen van de regering worden vaak in verhullende taal verpakt: men spreekt liever van  'krapte op de arbeidsmarkt dan van ‘werkeloosheid'  en bezuinigingen van de overheid  worden 'beleidsombuigingen' genoemd.

Een eufemisme lijkt op een understatement; het verschil is dat een understatement niet wordt gekozen om iets onaangenaams te verhullen; een understatement is een originele en vaak grappige 'onderdrijving'. Het is juist niet de bedoeling de onaangename werkelijkheid te maskeren; die werkelijkheid komt juist door het understatement scherp 'in beeld'. Zie onder.

 

hyperbool

Een opzettelijke overdrijving. Vaak staat de hyperbool in dienst van de ironie.

 

Slecht? Wat heet slecht? Laat mij je nou vertellen dat hij als acteur zo slecht is dat hij geeneens een slechte acteur kan spelen.                                     (Van Kooten en De Bie)


ironie

Stijlfiguur met de bedoeling op milde wijze te spotten. Vaak bedoelt de spreker of schrijver het tegenovergestelde van wat hij zegt of schrijft.

 

'Fijn dat ik u weer eens zie’, sprak de man tot de deurwaarder die bij hem beslag kwam leggen.

 

litotes

Stijlfiguur waarbij men een bepaald begrip uitdrukt door het tegenovergestelde begrip te ontkennen, bijv. dat lijkt me geen verstandig plan (een slecht plan).

 

paradox

Een schijnbare tegenstrijdigheid.

De formulering lijkt niet ‘logisch’ te zijn, maar is toch ‘waar’ als je de mededeling nog eens goed leest.

Pas in de volte van de grote stad voel je de leegheid.

 

ogen luistert, spraken de oren,

wij hebben nog nimmer zo’n stilte gehoord                                 (Karel Jonckheere)

           

parallellisme

Een aantal zinnen begint met hetzelfde woord of dezelfde woorden en verlopen ook verder op identieke wijze.

 

ik heb in het gras mijn wapens gelegd                           Rusten in 't leven kan ik niet.

en mijn wapens gaan geuren als gras                                        Rusten in de dood wil ik niet.          

ik heb in het gras mijn lichaam gelegd                                      Mijn angst en wroeging ban ik niet.

mijn lichaam is geurig als hout bitter en zoet                            Mijn doffe klagen stil ik niet.

(Lucebert)                                                                   (J.I. de Haan)

 

pleonasme

Een logisch gezien overbodig woord, omdat het begrip dat door dat woord wordt uitgedrukt al in een ander woord ligt opgesloten.

Een pleonasme is een overbodige bepaling, terwijl een tautologie een overbodig synoniem is. Een pleonasme: passerende voorbijgangers; een tautologie: hollen en draven.

Dit zijn geen voorbeelden van stijlfiguren, maar van stijlfouten, omdat ze geen functie hebben, voortvloeien uit slordig of ondoordacht taalgebruik. Pleonasme en tautologie zijn stijlfiguren als ze bijdragen aan de expressie van een gedachte of gevoel.

 

 

Repetitio (ook: herhaling)

Een woord of zinswending wordt ongewijzigd herhaald.

 

O, als ik dood zal,dood zal zijn

kom dan en fluister, fluister iets liefs,

mijn bleke ogen zal ik opslaan

en ik zal niet verwonderd zijn.

 

En ik zal niet verwonderd zijn;

in deze liefde zal de dood

alleen een slapen, slapen gerust

een wachten op u, een wachten zijn.

                            (J.H.Leopold)

 

tautologie

Een logisch gezien overbodig woord,omdat dat woord (ongeveer) hetzelfde betekent als het woord waarmee het in verbinding staat. Als een tautologie voortvloeit uit slordigheid of taalkundig   onvermogen dan heeft die geen functie en is dus fout, een stijlfout. Veel staande uitdrukkingen zijn tautologisch, bijv. wikken en wegen, heg noch steg, bepakt en bezakt etc. Zie ook onder pleonasme.

 

Hij sprak en zeide

In 't zaal zich wendend:

Voorwel, o moeder

Nooit keer ik weęr...                                         (Geerten Gossaert)

 

retorische vraag

Een nadrukkelijke mededeling in de vorm van een vraag.

 

Hoofden van Lebak, er is veel te arbeiden in uwe landstreek. Zegt mij,is niet de landman arm?  Rijpt niet uw padie dikwerf ter voeding van wie niet geplant hebben? Zijn er niet vele verkeerdheden in uw land? Is niet het aantal uwer kinderen gering?                 (Multatuli)

 

understatement

Een opzettelijke afzwakking , dus net als een eufemisme een verzachtend woord of een verzachtende uitdrukking.

Een eufemisme is ‘serieus’ en wordt gebruikt om tactische redenen of ter wille van het ‘fatsoen’. Een understatement is minder serieus, is te beschouwen als een grappig eufemisme. Het doel van het understatement is door een originele formulering te verbazen en/of te vermaken. Vandaar dat humoristen veel gebruik maken van het understatement.

 

- Ik sta als supporter van Ajax niet te juichen als ik zie hoe mijn club door Philips in de pan wordt gehakt.

- De periode waarin hem alles mislukte, hij ongelukkig verliefd was, tot zijn nek in de schulden stak en werkeloos was, was er niet een van optimaal levensgeluk.

- Wij schreven 1942. Nederland was door de Duitsers bezet. (Voor mijn eventuele jonge lezers: de Duitsers waren vijf jaar hier zonder dat we ze echt hadden geïnviteerd.  (Simon Carmiggelt)

 

woordspeling

Een woord of een uitdrukking wordt opzettelijk zo gebruikt dat er sprake is van dubbelzinnigheid. Vaak berust de woordspeling op de mogelijkheid het woord of de uitdrukking zowel letterlijk als figuurlijk op te vatten.

 

De taal der vogels is vol gevleugelde woorden.

Weinigen kunnen hun kraaienpoten lezen.                          (Bert Voeten)

Ofschoon je een speelzaal bezoekt om je daar te laten uitschudden, kom je er niet zo maar binnen. Sportieve kleding is verboden. De das die ze je om willen doen, moet je in de hal al dragen'

(Simon Carmiggelt)

 

Daar wil ik mee zeggen,vrienden,dat ik mij min of meer schuldig maak aan een vrij veel voorkomend menselijk euvel,namelijk de tweeslachtigheid. Is de tweeslachtigheid een onoverkomelijk euvel? Welnee! Wij mogen dit euvel zien als een vluchteuvel.

                                                                             (Toon Hermans)

 

zelfcorrectie

Een opzettelijk verkeerd gebruikt woord of een opzettelijk verkeerd geformuleerde gedachte wordt daarna onmiddellijk verbeterd.

 

Wil Stern gouverneur-generaal worden? Hij is er verwaand genoeg toe... om het te willen,meen ik.  

(Multatuli)

Hij aarzelt, -neen,hij aarzelt niet,-

tenminste niet heel lang: -

't Verloorne zoeken dat 's geen werk

Voor zonen van den zang!                                    (Piet Paaltjens)