Nassau-Nederlands.jouwweb.nl

1.3  Vertelwijze

 

vertelsituatie of vertelwijze

Bij een verhaal kun je de vraag stellen: wie vertelt de gebeurtenissen aan de lezer? Het antwoord op deze vraag is de vertelwijze. Globaal gezien zijn er drie mogelijkheden:

 

              1. auctoriale vertelwijze (alwetende verteller)

Het verhaal of de roman wordt verteld vanuit een alwetende verteller die de een keer als 'ik' in het verhaal een klein   rolletje        speelt, de andere keer als onzichtbare  'regisseur' de touwtjes in handen heeft.

Voornaamste kenmerken van de auctoriale vertelwijze:

De (afwezige) verteller staat als een soort schepper (“auctor”) boven de handeling en de optredende personages;

Hij kan vooruitlopen op gebeurtenissen;

Hij kan commentaar geven op de handelingen en de karakters van de verhaalpersonages; ook kan hij de lezer toespreken (“de lezer zal zijn hart vasthouden bij het lezen van het nu volgende hoofdstuk”).

Vaak is er een wisselend perspectief.

2. ik-vertelwijze (ik-verhaal)

Het verhaal of de roman wordt verteld door een ik-verteller die meestal tevens de hoofdpersoon van het verhaal is. In sommige verhalen is de ik-verteller niet de hoofdpersoon maar een personage dat van dichtbij de lotgevallen van de hoofdpersoon meemaakt.

De ik-vertelwijze verschilt duidelijk van de auctoriale vertelwijze: bij de auctoriale vertelwijze komt soms ook een 'ik' voor, maar deze is slechts de verteller van het verhaal waar hij a.h.w. 'boven'  of 'buiten' staat; de 'ik' bij de ik-vertelsituatie staat midden in het verhaal, is meestal zelfs de hoofdpersoon. Deze 'ik' heeft niet als de auctoriale 'ik' overzicht en inzicht in de handeling en de personages. Het perspectief ligt altijd bij de ik-verteller.

 

3. personale vertelwijze (de hij/zij-vertelwijze)

Het verhaal wordt verteld zonder dat er iets van de verteller zelf is te merken. De gebeurtenissen worden als het ware door een neutrale stem meegedeeld, waardoor de lezer heel direct bij het verhaal wordt betrokken. De personages komen voor in de hij-/zij-vorm, in tegenstelling tot bij het ik-verhaal.

Vaak worden de gebeurtenissen gezien vanuit het perspectief van de hoofdpersoon, een hij (zij)-personage. De gehele handeling en alle overige personages worden gezien vanuit het standpunt van dat personage. Terwijl bij het auctoriaal perspectief alles wordt  gezien vanuit de alwetende verteller, blijft het perspectief nu beperkt. De lezer krijgt over de handeling en de personages niet meer te weten dan de hoofdpersoon weet, denkt,voelt. Alles wordt de lezer gepresenteerd via de hoofdpersoon. Een zuiver personale roman vertoont overeenkomst met de ik-roman. Ook bij het ik-perspectief is het zicht op de handeling beperkt tot dat van de hoofdpersoon. Het personale personage wordt ook wel de verhulde ik genoemd.

Maar in personale romans is ook meervoudig perspectief mogelijk. Dan bekijk je de gebeurtenissen in de ene scène vanuit het ene personage, in de andere scène vanuit een ander personage. In niet-literaire romans wordt dit vaak toegepast, bijv. in thrillers, maar ook in literaire romans kan meervoudig perspectief voorkomen.