Nassau-Nederlands.jouwweb.nl
Home » havo » havo 4 » Literatuur » Richtlijnen leesverslagen » Algemene richtlijnen » Richtlijnen leesverslagen havo

Richtlijnen leesverslagen havo

Richtlijnen leesverslagen voor Havo

Het leesverslag heeft een vaste opbouw.

Let op: zet de vragen / opdrachten boven elk antwoord. Dat is later, als je het leesverslag moet bestuderen, handig. 

1          Primaire gegevens

Geef een correcte titelbeschrijving. Noteer eerst de naam van de auteur, daarna de titel (en eventueel ondertitel) van het boek , de plaats en het jaartal van uitgave etc.

2          Inhoud (samenvatting)

Deze mag niet korter zijn dan een A4’tje of ongeveer 450 woorden.

3.         DE VERDIEPING

3.1      Compositie en tijdsverloop

In welke tijd speelt het verhaal zich af (bijv. ME, 1675, de jaren ’60, 1998, 2200, de nabije toekomst) en hoeveel tijd verloopt er ongeveer? Wordt het verhaal chronologisch verteld of niet; zitten er veel terugblikken (flashbacks) in?

Zoek ook uit welke termen uit paragraaf 1.1. van de syllabus Literaire Termen op jouw boek van toepassing zijn!

3.2 Ruimte

In welke omgeving speelt het verhaal zich af (bijv. stad, eiland, bos, kelder)? Is er sprake van plaatswisseling? Beschrijf de relatie tussen de plaats(wisseling) en het thema.

3.3      De wijze van vertellen

Zie hiervoor paragraaf 1.3 van de syllabus Literaire Termen.

3.4     Thema en motieven

Zie hiervoor paragraaf 1.2 van de syllabus Literaire Termen.

Je moet voor dit onderdeel als secundaire literatuur per se een van de volgende naslagwerken raadplegen: de Uittrekselbank, het Lexicon van Literaire Werken, het Kritisch Lexicon van de Moderne Nederlandstalige Literatuur. Mocht hierin informatie over het door jou gelezen boek ontbreken, gebruik dan bij voorkeur een van de naslagwerken waarnaar in het mediatheekprogramma Bidofact wordt verwezen.

3.5.      Personages

Geef een karaktertypering van de vier belangrijkste personages.

3.5.      Titel, ondertitel en motto

Motto: zie paragraaf 1.2 van de syllabus Literaire Termen.

3.6       Relatie tussen tekst en auteur

Zoek uit in hoeverre er verband is tussen het boek en de persoonlijkheid, levensloop of opvattingen van de auteur. Zie hiervoor de secundaire literatuur die hierboven is genoemd bij Thema en motieven .

4.         De persoonlijke beoordeling

Schrijf een beoordeling waarin je jouw mening over het boek onderbouwt door op allerlei kanten van het boek (inhoud, stijl, personages etc.) in te gaan.

5.         Literaire vormen

Deel het boek in bij een van de drie hoofdgenres en geef zo nauwkeurig mogelijk een subgenre aan (bijv. wanneer dat in geraadpleegde secundaire literatuur wordt vermeld).